|
2. Wat kunnen we nog meer van je verwachten?
Ik wil me minder met het schrijven van journalistieke artikelen bezig houden. Het lijkt erop dat informatie geen grote invloed meer heeft op mensen. Er is gewoon teveel. Maar ik heb dat al eerder gezegd. Als de frustraties zich opstapelen, kan er weer een artikel komen. Ik heb een theorie dat als men het grootste schandaal aller tijden zou onthullen, het grootste gedeelte van de bevolking gewoon weer de volgende dag naar het werk zou gaan en hun routine hervat. Ik krijg bijna geen enkele reactie meer op mijn artikelen die ik naar grotere tijdschriften en kranten toestuur. Alsof ik persona non grata ben verklaard. Maar redacteuren vinden het natuurlijk niet leuk als ze met iemand te maken krijgen die geen academische opleiding heeft. Terwijl zij enorme bedragen hebben moeten betalen voor hun opleiding, heb ik mezelf ontwikkeld, wat me misschien 5 Euro's aan achterstallig leengeld in de bibliotheek heeft gekost. Daarom zijn er diploma's in de wereld. Niet om te bewijzen dat je iets weet of kan, maar om te laten zien 'ik heb betaald, mag ik meedoen?' Ook ben ik inmiddels begonnen aan mijn derde roman, een psychologisch science-fiction verhaal dat zich grotendeels afspeelt in 1977. Een idee voor een vierde begint zich ook te vormen; het leven in een Zweeds gehucht met zijn excentrieke bewoners. Daarnaast ben ik bezig met research voor een boek over technologische en psychologische overheersing. Ook wil ik filmscripts gaan schrijven. Mijn eerste roman lijkt daarvoor heel geschikt. Aan schrijven geen gebrek dus.
3. Sommigen vinden je artikelen te eenzijdig.
Journalisten zijn advocaten en de lezer is de rechter. En ik ben pro Deo journalist. Het is een illusie dat men altijd objectief schrijft. Ik verdedig vaak de mensen die zichzelf niet kunnen verdedigen, meestal kinderen. Als ik een dictator was, dan heeft men gelijk dat ik te eenzijdig schrijf, maar ik maak deel uit van een enorme machinerie die letterlijk duizenden meningen dagelijks over ons uitspuugd. Als ik probeer een kant te belichten waarvan ik vind dat die niet genoeg of helemaal niet aan de orde komt in de grote media, dan kun je dat niet eenzijdig noemen, eerder anderszijdig.
4. Je schrijft blijkbaar graag over complotten en geheime technologieën. Waarom heeft dat je interesse?
Het boeit me enorm. In begin jaren tachtig huurde ik in de plaatselijke bibliotheek 'Breinmanipulatie' de Nederlandse vertaling van 'Operation Mind Control' van Walter Bowart. Ik was tegelijkertijd gefascineerd en geschokt door de beschrijvingen van geheime technologieën en de manipulatie van onwetende individuen. In diezelfde bibliotheek werd ik ook geconfronteerd met de eerste foto's van concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog, waar bergen schoenen en brillen op stonden afgebeeld. Het idee dat er ooit, niet zo heel lang geleden, mensen op zo'n systematische manier werden gemarteld en vermoord en als produkten afgehandeld werden, verafschuwde mij. Dat haat zover kan gaan. Zonder er destijds echt bewust van te zijn, hebben die boeken mijn journalistieke visie grondig beïnvloed; de overheersing van de ene mens door de andere.
5. Wordt je daardoor niet paranoïde?
Ik ben zo paranoïde dat zelfs mijn achtervolgers omkijken.
|
|