1. Hoe ben je begonnen met schrijven?

Uit noodzaak eigenlijk. Als niemand naar je luistert, dan schrijf je het maar op. Daar ben ik op vrij late leeftijd mee begonnen. Mijn eerste roman was erg experimenteel maar toch waren er twee uitgevers in geïnteresseerd om het te lezen. Eén vond het te moralistisch en te experimenteel, de ander bracht me in contact met Kleintje Muurkrant. Mijn eerste artikelen kwamen uit die roman. Ik leerde meer over structuur en begon artikelen te schrijven over onderwerpen die mij interesseerden. Helaas waren er maar weinig tijdschriften en kranten daar in geïnteresseerd. Mijn tweede roman, Een Godgegeven Toeval, die ik eigenlijk als mijn eerste tel, heb ik met veel plezier geschreven en is een geweldig verhaal. Al heeft het misschien een gebrek aan literaire kwaliteiten. Mijn TWEEDE roman, De Vloek van de Derderangskunstenaar, is een trilogie geworden. Twee jaar lang heb ik geprobeerd een uitgever ervoor te vinden. Ongeveer tweederde deel reageerde, wat blijkbaar heel veel is, en van hen wilde een aantal het manuscript lezen. Zonder uitzondering kreeg ik telkens weer positieve reacties maar altijd met het antwoord: 'Het past helaas niet in ons fonds'. Ooit las ik dat als je een muur vol kunt hangen met afwijzingsbrieven, het tijd is voor je eerste uitgave. Nou, die muur is vol.

2. Wat kunnen we nog meer van je verwachten?

Ik wil me minder met het schrijven van journalistieke artikelen bezig houden. Het lijkt erop dat informatie geen grote invloed meer heeft op mensen. Er is gewoon teveel. Maar ik heb dat al eerder gezegd. Als de frustraties zich opstapelen, kan er weer een artikel komen. Ik heb een theorie dat als men het grootste schandaal aller tijden zou onthullen, het grootste gedeelte van de bevolking gewoon weer de volgende dag naar het werk zou gaan en hun routine hervat. Ik krijg bijna geen enkele reactie meer op mijn artikelen die ik naar grotere tijdschriften en kranten toestuur. Alsof ik persona non grata ben verklaard. Maar redacteuren vinden het natuurlijk niet leuk als ze met iemand te maken krijgen die geen academische opleiding heeft. Terwijl zij enorme bedragen hebben moeten betalen voor hun opleiding, heb ik mezelf ontwikkeld, wat me misschien 5 Euro's aan achterstallig leengeld in de bibliotheek heeft gekost. Daarom zijn er diploma's in de wereld. Niet om te bewijzen dat je iets weet of kan, maar om te laten zien 'ik heb betaald, mag ik meedoen?'
Ook ben ik inmiddels begonnen aan mijn derde roman, een psychologisch science-fiction verhaal dat zich grotendeels afspeelt in 1977. Een idee voor een vierde begint zich ook te vormen; het leven in een Zweeds gehucht met zijn excentrieke bewoners. Daarnaast ben ik bezig met research voor een boek over technologische en psychologische overheersing. Ook wil ik filmscripts gaan schrijven. Mijn eerste roman lijkt daarvoor heel geschikt. Aan schrijven geen gebrek dus.

3. Sommigen vinden je artikelen te eenzijdig.

Journalisten zijn advocaten en de lezer is de rechter. En ik ben pro Deo journalist. Het is een illusie dat men altijd objectief schrijft. Ik verdedig vaak de mensen die zichzelf niet kunnen verdedigen, meestal kinderen. Als ik een dictator was, dan heeft men gelijk dat ik te eenzijdig schrijf, maar ik maak deel uit van een enorme machinerie die letterlijk duizenden meningen dagelijks over ons uitspuugd. Als ik probeer een kant te belichten waarvan ik vind dat die niet genoeg of helemaal niet aan de orde komt in de grote media, dan kun je dat niet eenzijdig noemen, eerder anderszijdig.


4. Je schrijft blijkbaar graag over complotten en geheime technologieën. Waarom heeft dat je interesse?

Het boeit me enorm. In begin jaren tachtig huurde ik in de plaatselijke bibliotheek 'Breinmanipulatie' de Nederlandse vertaling van 'Operation Mind Control' van Walter Bowart. Ik was tegelijkertijd gefascineerd en geschokt door de beschrijvingen van geheime technologieën en de manipulatie van onwetende individuen. In diezelfde bibliotheek werd ik ook geconfronteerd met de eerste foto's van concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog, waar bergen schoenen en brillen op stonden afgebeeld. Het idee dat er ooit, niet zo heel lang geleden, mensen op zo'n systematische manier werden gemarteld en vermoord en als produkten afgehandeld werden, verafschuwde mij. Dat haat zover kan gaan. Zonder er destijds echt bewust van te zijn, hebben die boeken mijn journalistieke visie grondig beïnvloed; de overheersing van de ene mens door de andere.

5. Wordt je daardoor niet paranoïde?

Ik ben zo paranoïde dat zelfs mijn achtervolgers omkijken.

"Zie jij de dingen niet wat te zwart-wit?"
"Kan ik dat helpen. We waren vroeger de enige in de buurt die nog naar zwartwit-televisie zaten te kijken."

1974

  "Heb jij het al gehoord?"
  "Nee."
  "Er is een groot auto ongeluk gebeurd. Tientallen auto's zijn er bij betrokken."
  "Zet snel de tv aan."
  "Goede avond mensen, wij staan live op de snelweg die zoals u kunt zien is veranderd in een slagveld. Mijnheer, kunt u ons vertellen wat er is gebeurd?"
  "Ik weet het niet... ik hoorde een grote klap. Ik heb gehoord dat er te hard is gereden maar dat lijkt me sterk want er stonden overal borden dat er niet harder dan 120 mocht worden gereden."
  "En u mevrouw..."
  "Ik weet het niet... Ik wist niet eens dat je op deze weg een ongeluk kon krijgen. Dat heeft niemand mij verteld."
  "Er zijn berichten binnengekomen dat destijds de provinciale staten alleen een vergunning voor de weg hebben gegeven mits de gebruikers zich aan de scherpe regels zouden houden. We houden u op de hoogte..."

6. Welke mensen hebben je denken beïnvloed in je jeugd?

Het is bij mij begonnen met het lezen van filosofie. Sartre, Kierkegaard en Nietzsche spraken mij heel erg aan. Daarmee kwam ik al snel in het existentialisme terecht. Dat is geen sekte maar een filosofie die als basis heeft dat je zelf verantwoordelijk bent voor wat je doet en wie je bent, voor je bestaan dus. Zoiets spreekt me nog steeds aan, terwijl de filosofen voor mij niet veel meer betekenen. Als je leest hoe Sartre het VROUWELIJKE orgasme beschrijft, kun je niets anders concluderen dan dat die man krankzinnig is. Daarna raakte ik gefascineerd door de theorieën van het anarchisme. Alexander Berkman en Max Stirner waren hele interessante en intelligente mensen. Toen kwam de psychologie en waren het Arthur Janov en Alice Miller die mij leerden wat realiteit is. Maar toen was ik inmiddels al de twintig gepasseerd. Dit klinkt misschien wel heel intellectueel maar ik was tot aan het eind van mijn puberteit erg a-politiek, las het meest stripverhalen en bewonderde Rocky en Rambo op het grote doek. Na mijn puberteit was het sport waar ik me in stortte. Nee, niet boksen, maar hardlopen, iedere dag. En ik keek naar alle atletiek op tv, vooral Carl Lewis en Ben Johnson. Herken je het thema? Hard vechten om iets te bereiken. Dat stond synoniem voor de jaren tachtig. Op mijn twintigste stopte ik er radicaal mee en besloot voor een tijdje niets te doen. Helemaal niets. Het was het meest fantastische niets in m'n leven.

7. De Vloek van de Derderangskunstenaar gaat over de mislukte kunstenaar Martin. Voel jij je ook mislukt als kunstenaar of schrijver?

Wat is kunst nou eigenlijk? De commercie heeft de kunst kapot gemaakt. Creatieve expressie - wat ik erg belangrijk vind - kan niet samen gaan met de normen van een kapitalistisch systeem. Als geld verdienen de voornaamste voorwaarde wordt om kunst te maken, of het nou muziek, beeldende kunst, film of literatuur is, maakt dan niet uit, vernietigt het dat wat kunst uniek maakt, namelijk de vrijheid van expressie. Veel te vaak moet kunst efficiënt zijn om er geld mee te verdienen en dat beperkt de mogelijkheden en de groei van de kunstenaar. Ik heb zelf ook op straat gestaan met zeefdrukken van mijn tekeningen en kon er niets van verkocht krijgen, zelfs niet voor prijzen die op een lager niveau lagen als een pak wegwerp-luiers. Terwijl tegenover me de verkoper van glimmende kraaltjes en wet-look lippenstift goede zaken deed.

8. Erger je aan de domheid van sommige mensen?

Niet zoveel meer. Niet zoals bijvoorbeeld Herman Brusselmans dat doet. Het moet niet ten koste gaan van je gezondheid. Maar natuurlijk erger ik me eraan, elke dag. Ik las ooit dat in België - en dat zal niet veel anders zijn dan in andere Westerse landen - maar één procent van de bevolking één of meer boeken per jaar leest. Ik zeg dan: lezen is één ding, begrijpen is iets anders. Als ik op mijn site een artikel heb dat machtsmisbruik en fraude blootlegt, dan is er misschien één persoon die dat helemaal leest. Als ik een artikel over voetbal schrijf, zijn dat er wellicht tienduizend, terwijl een plaatje van een blote dame honderdduizend mannen aantrekt. Dat zegt toch wel iets over mannen. Daar begrijp ik eigenlijk niets van. Ik probeer het ook niet meer te begrijpen. Ik schreef ooit met iemand die ervan overtuigd was dat als je iemand echt wilde begrijpen, daar alleen tijd voor nodig was. Ik was het daarmee oneens en vertelde haar dat alleen dezelfde ervaringen je een ander echt doet begrijpen. Ze begreep dat niet en ze eindigde de correspondentie.

Op school vroeg ik hoe groot het heelal was.
"Heel groot", zei de meester.
  "Wat komt er aan het eind van het heelal?"
  "Geen moeilijke vragen stellen. Dat weet alleen God."
  's Avonds bidde ik tot God. "Heer, hoe groot is het heelal en wat komt er daarna?"
  En de stem van God sprak tot mij: "Geen moelijke vragen stellen, zoon."

9. Je achtergrond is de arbeidersklasse. Hoe kijk je daar tegenwoordig tegenaan?

De arbeidersklasse, waar de intelligentie niet verder reikt dan het raden van een woord in Rad van Fortuin. Literair gezien heeft Nederland bijna niets te bieden. Zeker als je het vergelijkt met een land als Ierland. Het grootste deel van de literaire debutanten in Nederland hebben een academische achtergrond en schrijven pagina na pagina over seks en drugs alsof ze proberen hun studentenjaren goed te maken.

10. Wat is volgens jou het grootste probleem in deze wereld?

De wereld bestaat niet. Alleen op een symbolische manier. De wereld is te groot om te bevatten. Als je een lijst had van de namen van alle mensen op deze wereld en je besteed één seconde per naam en je leest zonder te stoppen 16 uur per dag, 365 dagen per jaar, veertig jaar lang, dan nog heb je maar 840.960.000 mensen. Dat is niet eens genoeg voor China. En wat zegt nou een naam over iemands individualiteit? Het grootste probleem is dan eigenlijk het generaliseren van de mens. Je ziet dat overal, in de commercie, de politiek, de media, de cultuur. Het individu staat onder enorme druk. Nu ontkom je er natuurlijk niet aan om af en toe te generaliseren, maar het kan en mag niet ten koste gaan van een individu. Ik ben ook wel wat huiverig om een eigen website te beginnen. Ik zie internet als een enorm collectief, zoiets als de 'Borg' - 'resistance is futile'. In de oude - en nieuwe - science-fiction verhalen werd er soms gesproken over andere werelden die een afspiegeling waren van onze aarde met dezelfde mensen - een parallel universum. Op internet moeten volgens mij duizenden kopieën van jezelf ronddolen.

11. Laatste vraag. Hoe zie je de toekomst?

Het leven is soms net een schaakspel. Je moet zoveel mogelijk stappen vooruit denken en één misstap kan fataal zijn voor de rest van je leven. Ik heb het gevoel dat ik voortdurend schaak speel. Elke nieuwe stap resulteert onverbiddelijk in schaak. Maar uiteindelijk zal het hele heelal en alles wat is gecreëerd weer worden vernietigd. Vervelend hè? In de tussentijd kunnen we het ons moeilijk of makkelijk maken en het in de juiste verhouingen proberen te zien. In de nabije toekomst zie ik helaas een verdere bevestiging van een wereld die een mengeling is van Huxley's 'Heerlijke Nieuwe Wereld' en Orwells '1984'. Alles hangt af van het individu. Ik zei altijd dat één gedachte me op de been houdt: dat over honderdvijftig jaar alle klootzakken dood zijn. Tenzij ze veel poen hebben, moet ik er nu aan toevoegen.

  Dennis Rodie, april 2002

HOLLANDSE PENISNIJD

"Hé klootzak! Kun je niet uitkijken!"
"Kun je zelf niet uitkijken, eikel!"
"Ach lul toch niet zo dom, kloothommel."
"Droplul!"
"Lulwammes!"
"Wie was dat?"
"Eén of andere slappe lul die de pik op me heeft."
"Die kantoorpik?"
"Ja, die dikke lul van etage zes."
"Da's kloten."
"Ja, t'is wel lullig."
"Zullen we gaan?"
"..."
"Ben je nu op je pik getrapt?"