DE TOEKOMST VAN DE HERINNERING

In opdracht van de minister van Justitie Sorgdrager schreef de rechtspsycholoog Peter van Koppen eind vorig jaar een rapport over de manier waarop de politie moet omgaan met aangiften van incest. De oplettende lezer kon constateren hoe vooringenomen deze man is ten aanzien van seksueel misbruik van kinderen. De intellectuele elite, die zich tegenwoordig uitstrekt tot in de middenklasse, bepraatte de zaak kort in de desbetreffende media. De rest van de wereld draait inmiddels verder.

Net als in Amerika doen steeds meer vrouwen aangifte van incest nadat ze zich de schade door therapie pas herinneren. En net als in Amerika groeit ook hier een weerzin tegen die aangiften. Van Koppen deed onderzoek en kwam tot de conclusie dat hervonden herinneringen van seksueel misbruik allemaal flauwekul zijn.

Volgens Van Koppen hebben zich in Nederland de afgelopen jaren ruim honderd zaken voorgedaan waarin hervonden herinneringen van seksueel misbruik een rol speelden en waarvan het slechts éénmaal tot een veroordeling kwam. De verdachte bekende. (De hervonden herinneringen bleken bij dit slachtoffer wél te kloppen?) Ja, natuurlijk zwijgt de rest. Er zijn immers geen harde bewijzen na al die jaren en wie geeft immers toe zijn zoontje of dochtertje verkracht of seksueel gebruikt te hebben. Deze wandaden gebeuren juist in het geniep, bij de gratie van geheimhouding. De dader is de dans ontsprongen en zal dat ook blijven doen. Door zijn schaamte zal hij ook nooit tegen zichzelf bekennen, laat staan aan een ander. En waarom zou hij ook, de sporen zijn allang uitgewist en getuigen zijn er niet.

In België is er een project waar ze de daders van incest op een andere manier benaderen, namelijk met begrip. In het begin ontkennen ze allemaal, maar door de toepassing van enig begrip voor de dader, bekennen ze vrijwel allemaal in een later stadium. Herinneren is selectief.

Dat soms tóch de dader bekent bewijst de gruwel van seksueel misbruik. Zoals bijvoorbeeld een willekeurig bericht uit de krant in 1997 laat zien waarin een 68-jarige man en diens 40-jarige zoon maar liefst zeventien incest- en verkrachtingsdelicten bekenden, gepleegd tussen 1980 en 1996. De vader zou met vijf vroegere buurtbewoners en met twee dochters jarenlang ontuchtige handelingen gepleegd hebben, waarvan een aantal ook waren verkracht. Eén dochter is door de vader driemaal zwanger gemaakt, waaruit twee kinderen zijn geboren. De derde zwangerschap is beëindigd door een abortus, toen de dochter 14 jaar oud was. Ook waren minstens vijf kleinkinderen seksueel misbruikt en verkracht. De 40-jarige zoon werd verdacht van verkrachtingen en incest met nog eens vijf familieleden. Was er geen bekentenis of bewijs, wie zou dan de vrouw die uiteindelijk aangifte heeft gedaan, geloofd hebben?

Van Koppen vindt dat nietsvermoedende vrouwen moeten worden beschermd tegenover verkeerde therapeuten zodat ze niet "met een gruwelijk en verzonnen verleden worden opgezadeld". Allereerst wordt niemand
zomaar met een gruwelijk en verzonnen verleden opgezadeld (in deze gevallen klopt het spreekwoord 'waar rook is, is vuur'). Het veelvuldige misbruik door therapeuten is een andere zaak. Dat mensen moeten worden beschermd tegen verkeerde therapie, daar ben ik het mee eens. Maar dan wel in de vorm van JUISTE informatie. Denk je echt dat een kind dat door zijn ouders serieus wordt genomen, dat wordt gerespecteerd, dat geliefd is en beschermd, later in zijn leven om wat voor reden dan ook naar een therapeut gaat en plotseling een "gruwelijk en verzonnen" verleden krijgt opgezadeld?

Van Koppen vindt dat er geen enkel empirisch bewijs is voor het bestaan van verdrongen herinneringen. Dat is er overigens ook niet voor verliefdheid. Zelfs de beelden en geluiden die tot ons komen in onze dromen zijn ook nooit wetenschappelijk bewezen. Moet je dan maar meteen de conclusie trekken dat ze simpelweg niet bestaan? Dat bij patiënten die een behoedzaam blootleggende therapie hebben ondergaan
blijvende fysiologische veranderingen plaats hebben gevonden, zoals verlaging van de bloeddruk en het hartritme, de lichaamstemperatuur en een veranderd electro-chemische activiteit in de hersenen, worden afgedaan als louter toevalligheden. Zelfs neuro-chirurgie, drugs en medicijnen of dagelijkse meditatie hebben dat nooit bereikt. Dat overlevenden van kindermishandeling een kleinere hippocampus hebben (het orgaan dat het stellig geheugen reguleert) wordt ook opzij geschoven. De exacte locatie van het geheugen is overigens tot op heden ten dagen nog altijd niet in kaart gebracht en onderzoek van Joseph Ledoux (verbonden aan de universiteit van New York) toont aan dat de amygdala, een klein orgaan in de hersenen, primitieve emotionele reacties kan opslaan, onafhankelijk van de hippocampus. Maar hoe zou de wetenschap het willen hebben? In een laboratorium een baby mishandelen om vervolgens de resultaten te onderzoeken?

Is het zonder gevolg wanneer een baby wordt geslagen, misbruikt en verwaarloosd omdat het geheugen zich nog niet heeft gevormd? Een baby kan niet naar de rechtbank. De dader weet zijn slachtoffer goed te kiezen. Later probeert het slachtoffer alsnog gerechtigheid te krijgen maar krijgt dankzij de arrogantie van mensen als Peter van Koppen steeds vaker te horen, zelfs al bij de aangifte, dat een rechtszaak zinloos is. Een vreemde interpretatie van het strafrecht.

Waarschijnlijk bijgestaan door zijn collega H.F.M. Crombag, rechtspsycholoog en hoogleraar in Maastricht, óók een fanatiek tegenstander van de verdrongen herinneringen (hij schreef er met de hoogleraar Merckelbach een boek over), lijkt Van Koppen echter zeer benvloed te zijn door de Amerikaanse psychologe Elisabeth F. Loftus die het zogenaamde
False Memory Syndrome (FMS) heeft ontdekt. Volgens haar kun je op een vrij simpele manier herinneringen inplanten bij een bepaalde groep mensen die deze herinneringen vervolgens als echt verdedigen. George Orwell had het niet beter kunnen verzinnen.

Testpersonen in haar onderzoek kregen beelden en foto's te zien en werden daarna één of meer malen erover geïnterviewd. Ongeveer een kwart van de geteste personen beweerde dingen te herinneren die aantoonbaar onjuist waren. Sommigen beweerden bijvoorbeeld Minnie Mouse gezien te hebben in plaats van Mickey Mouse. Nu wordt dit doorgevoerd als bewijs dat mensen valse herinneringen kunnen hebben in zaken als kindermishandeling en incest. 'Valse herinneringen die door sluwe therapeuten zijn ingeplant in onschuldige vrouwen, die vervolgens hun vader aanklagen voor seksueel misbruik in hun jeugd.'

Toen Freud ontdekte dat rijke Weense vrouwelijke patiënten uit de elite allemaal seksueel misbruikt waren, maakte hij dezelfde fout. Gesofistikeerde mensen doen zulke dingen niet en hij verzon de verleidingstheorie met alle gevolgen vandien.

Een voorbeeld dat Loftus graag gebruikt is dat de FBI meer dan duizend gevallen van satanische rituelen heeft onderzocht en nimmer is er een spoor van bewijs gevonden. (En J.Edgar Hoover ontkende altijd het bestaan van de maffia.) In België zijn inmiddels wel bewijzen gevonden van satanische rituelen met kinderen.

Ook komt Loftus altijd met oorlogsveteranen uit Vietnam en concentratie-kampslachtoffers aandraven waar men geen verdrongen herinneringen vond. Het tegenovergestelde vond plaats, namelijk de herinnering laat hen nooit meer los. 'Er is geen reden te bedenken waarom langdurig seksueel misbruik wél tot verdringing zou leiden,' aldus Loftus.

In tegenstelling van wat een klein kind moet ervaren wanneer hij door zijn ouder(s) wordt misbruikt kan een volwassene de wreedheid van een oorlog of een kampbeul echter herkennen. Verdringing is niet noodzakelijk. Voor een klein kind is het dat wel omdat hij afhankelijk is van zijn ouders en uit zelfbehoud alleen maar van zijn ouder kan 'houden' en dus de schuld bij zichzelf zoekt. Hoe dan ook zijn er wel degelijk goed gedocumenteerde gevallen bekend van concentratiekampslachtoffers die hun hele verblijf volledig hadden verdrongen. De bekende schrijver G.J. Durlacher bekende een reünie georganiseerd te hebben van de mannen die samen met hem in het concentratiekamp hadden gezeten en daar gezamenlijk vele gruwelen hadden overleefd. Eén van deze 19, door de anderen dus wel herkend en bekend als medegevangene, wist totaal niets meer. Toch kwam hij naar de reünie. De verhalen zeiden hem niets en de anderen lieten dat - te zijner bescherming - zo. Totdat ze hun eigen kamplied begonnen te zingen. De man stond op en zong uit volle borst de tekst mee. De anderen schrokken zich dood, dachten dat nu alle ellende bij hem door zou breken, maar dat gebeurde niet. Wel kon hij later ter plekke zich de gebouwen herinneren, maar de herinnering aan mishandeling of andere gruwelen bleef uit. Zelfs bij volwassen slachtoffers kan verdringing optreden.

De mate waarin de verdringing van mishandeling plaatsvindt is afhankelijk van tijd (duur en leeftijd) en intentie. Je kunt bijvoorbeeld altijd jeugdherinneringen hebben gehad van aan vader die je voortdurend slaat. Ogenschijnlijk precies zoals het gebeurde. Wat hier wordt verdrongen is het gevoel. Het wordt door velen gerationaliseerd. Ik was nou eenmaal een lastig kind', 'Het heeft me uiteindelijk genoeg discipline bijgebracht' of 'Mijn vader had een moeilijk leven'. De gevoelens van pijn en vernedering zijn begraven. Begraven onder agressie, neuroses, depressiviteit of een afgevlakt gevoelsleven.

Aanhangers van FMS zijn trots op hun voorbeelden van duidelijke valse getuigenissen. Bijvoorbeeld de zaak van Nadean Cool, een eerste hulpverleenster uit Wisconsin, Vs. Zij zocht hulp bij een psychiater om haar te helpen bij het verwerken van haar reactie bij een traumatisch voorval van haar dochter. De psychiater gebruikte hypnose en andere suggestieve methoden om begraven herinneringen aan mishandeling in Cools eigen kindertijd naar boven te krijgen. Gedurende de therapie werd Cool overtuigd van verdrongen ervaringen, uiteenlopend van aanwezigheid in satanische sekten, het eten van baby's, van verkrachting, het hebben van seks met dieren en het gedwongen moeten aanzien van de moord op haar acht jaar oude vriendin. Ze dacht dat ze 120 persoon-lijkheden had - kinderen, volwassenen, engelen, en zelfs een eend. En dat allemaal omdat Cool was verteld dat ze extreme fysieke en seksuele mishandeling had moeten ondergaan in haar kindertijd. Ook had de psychiater exorcisme op haar toegepast, waarvan één sessie zelfs vijf uur duurde inclusief het besproeien met wijwater al schreeuwend dat Satan haar lichaam moest verlaten.Cool besefte later dat valse herinneringen in haar waren geplant en klaagde de psychiater aan. In maart 1997 kwam het tot een deal voordat het tot een veroordeling kwam en ontving ze 2,4 miljoen dollar.

Gevallen waarin vrouwen zich herinnerden verkracht te zijn maar nog altijd maagd bleken te zijn, dragen bij aan de onwaarschijnlijkheid van hun verhaal en gaan er bij iedereen als zoete koek in. Er is echter heel wat meer aan de hand.

Natuurlijk zijn er goed gedocumenteerde bewijzen van valse herinneringen. Dat geven de tegenstanders van FMS toe. Maar er zijn óók zeer goed gedocu-menteerde bewijzen van ver-drongen herinneringen. Dat laat bijvoorbeeld het boek van de zusjes Anne en Rolande (Ons Geheim) onmiskenbaar zien. In eerste instantie vertrouwden zij onafhanke-lijk van elkaar hun vreemde herinneringen aan het papier toe. Hun verhaal bewijst dat verdrongen herinneringen wel degelijk op waarheid berusten. Aanhangers van FMS hebben tot op heden ten dagen nog nooit, zelfs niet één enkele keer, toegegeven dat verdringing van langdurige mishandeling bestaat. Waarom zouden ze ook? Ze hebben een bijna perfect alternatief gevonden om hun eigen angsten en de herinneringen daaraan weg te praten.

Overigens zijn er zeker gevallen bekend van vrouwen die volledig hadden 'vergeten' dat zij in hun tienertijd een kind hadden gebaard (en direct na de geboorte afgestaan). Een tastbaar bewijs voor verdringing!

Waarom de elitaire academische wereld Loftus uitvoerig beloont voor diens "het is allemaal maar flauwekul" onderzoek inzake kindermishandeling is niet onverwacht. Het zijn tenslotte de academici die een sterke aversie hebben tegenover het gevoel. Dat de elite zich graag bezighoudt met onderdrukking laat de geschiedenis zien. De hogere klassen beschikken over meer verdedigingsmo-gelijkheden tegen het trauma dankzij scholing en vaak een eenzijdige intellectuele ontwikkeling en het is zo dat juist de verdediging van het trauma (bijv. verdringing, afkeer van het gevoel tegen de herinnering, ontkenning m.b.v. idealisme) de neuroses veroorzaakt. De grote kranten nemen graag artikelen over die kindermishandeling bagatelliseren. Ook veel (intellectuele) journalisten hebben immers te kampen met een beschadigd gevoelsleven.

Nu heeft de wetenschappelijke elite een wereldwijde vereniging opgericht, The False Memory Syndrome Foundation, die zich werkelijk manifesteert als een persoonlijke kruistocht tegen 'het kwaad'. Er worden strategieën gebruikt waar menig sekte jaloers op kan zijn. De leden worden voortdurend gebombardeerd (tien keer per jaar een nieuwsbrief) met voorbeelden die hun theorieën alleen maar bevestigen. Naast de bekentenissen van mensen die hun waarheid inzien en onder tranen zijn bekeerd, meestal ouders die werden beschuldigd van misbruik. Een grote propaganda-machine kost een hoop geld. Naast de gewoonlijke jaarlijkse bijdrage voor de nieuwsbrief kun je ook 'Vriend van de FMS Vereniging' (Friend of the FMS Foundation) worden. Het kost je 500 dollar per jaar maar daar krijg je dan wel iets speciaals voor, namelijk "het voornaamste voordeel is de kennis dat je persoonlijke toewijding aan de Vereniging bijdraagt aan het afbreken van een buitengewoon kwaad en destructief geloofsysteem en het herstellen van familiebanden." Maar voor de 500 dollar krijg je nòg meer. "Van tijd tot tijd speciale door de hoofddirecteur persoonlijk gestuurde post die je op de hoogte houden van belangrijke zaken." 'Speciale functies' worden voor Vrienden belooft. En als laatste wordt de nieuwsbrief first class naar je verzonden.

Dat de Wetenschappelijke en Professionele Raad van Bestuur ervan louter uit academici bestaat (op een enkeling na) moet de indruk wekken dat het hier om serieus werk gaat. Het betreft hier in werkelijkheid wetenschappers en dokteren met discutabele achtergronden. Degene die daar met kop en schouders bovenuit steekt is Louis Jolyon West van de UCLA School of Medicine. Deze dokter verwierf bekendheid in de jaren zestig toen hij in de Oklahoma Zoo een geweldige dosis LSD in een olifant injecteerde. De olifant stierf toen dr. West het dier probeerde op te wekken met een combinatie van drugs. Dr. West was directeur en voorzitter van het Psychiatrisch Departement op UCLA en voerde met andere dokters en wetenschappers experimenten uit op onwetende burgers op het gebied van hallocigene drugs (incl. LSD). Dit in opdracht van de CIA voor het super geheime Mk-ultra programma, het programma om de herinneringen van de mens te manipuleren. Verder was dr. West in de jaren zeventig betrokken bij plannen om een Violence centre te beginnen. Die moest zich gaan bezighouden met experimenten op gevangenen en hyperactieve kinderen. Experimenten met geweldproducerende en geweldafnemende drugs, studies van pre-delinquente kinderen en het aanmoedigen van een wetgeving om computer-files van ze bij te houden, dat uitein-delijk behandeling mogelijk moest maken vóórdat ze delinquenten werden. Met o.a. de steun van gouverneur Reagan kreeg dr. West toestemming om in de Californische gevangenissen Vacaville en Alascadero voluit te experimenteren met gevangenen waarvan sommige weinig onderdeden dan die van de Nazidokters in de concentratiekampen. De lijst van dr. West macabere verleden houdt echter niet op. FMSF heeft recentelijk zijn naam echter van de lijst gehaald hoewel hij nog altijd in het bestuur zit. De wetenschappelijke elite is er zeer bij gebaat als men iedereen zou kunnen overtuigen dat je herinneringen onjuist zijn. Op die manier kun je met vrijwel alles wegkomen.

Een ander bizar element van de 'Foundation' is het feit dat de meeste leden van het Bestuur zelf worden beschuldigd met kindermishandeling. Zelfs één van de oprichters, Peter Freyd (wiens vrouw Pamela de tegenwoordige directeur is), heeft te maken met de beschuldiging van zijn dochter Jennifer (professor in de psychologie aan de universiteit van Oregon). Zij deelde in 1993 in het openbaar mee dat haar vader haar heeft mishandeld en sexueel misbruikt. De herinnering aan de mishandeling was niet verbonden met verdringing of herstel. Ze heeft ook in haar jeugd een gedetailleerd dagboek bijgehouden. Haar ouders, samen met haar therapeut dr. Harold Lief (ook lid van het Bestuur) beschuldigen haar van liegen en fantaseren. De motieven van de 'Foundation' lijken hiermee nog duidelijker te zijn.

Waarom vecht iemand als Loftus zo intensief (ze is verslaafd aan haar werk, 12 uur per dag, zeven dagen per week) tegen het bestaan van verdron-gen herinneringen? In een interview aan Psychology Today (januari 1996) vertrouwt ze de journalist toe dat ze zelf is gemolesteerd door een baby-sitter toen ze zes jaar oud was en antwoordt ijskoud: 'dat was niks bijzonders'. Ze raakt in tranen elke keer wanneer de dood van haar moeder (mogelijke zelfmoord toen Loftus 14 jaar oud was) wordt opgerakeld. Een moeder die al eerder was opgenomen in een psychiatrische kliniek om een depressie te laten behandelen. Opgroeiend in Bel Air, Californië, kreeg Loftus het niet makkelijker toen haar vader (die bekend stond als een koude man) twee jaar na de dood van haar moeder hertrouwde. Een stief-moeder van wie Loftus in datzelfde interview beweert dat ze veel aardiger voor haar eigen drie kinderen was dan voor haar en haar twee broers. Loftus' mislukte huwelijk blijft ze idealiseren en ze bewaart nog altijd een groot deel van haar ex-mans persoonlijke bezittingen in haar huis tot aan zijn wiegje toe.

Loftus gaat met haar wetenschappelijk verantwoorde proeven omtrent het geheugen volledig voorbij aan de emotionele impact. En dat is nu net waar het haar en haar academische collega's aan ontbreekt: empathie. Het is een wereld van verschil of je rationeel een herinnering krijgt geïmplanteerd of dat een vrouw met haar hele lijf en ziel/onderbewuste aangeven dat daar een immense pijn gevoeld wordt. Er vond een diepe krenking plaats, die op dat moment door het kind niet gevoeld kòn worden (vandaar de verdringing!), maar wel degelijk in het onderbewuste werd opgeslagen. Levensbedreigende ervaringen die men niet kan ontlopen kunnen door het overlevingsmechanisme worden opgeslagen. Dat is belangrijk voor het overleven van het individu en het voortbestaan van de soort (zie bijvoorbeeld de inprentingsfase van de hond). Vandaar de vele symptomen van de slachtoffers.

Vreemd genoeg erkent ook Loftus dat ze soms twijfelt aan haar onder-zoek inzake verdrongen herinneringen. Zelfs in de Hungerford zaak, waarin een vrouw beweerde door haar vader regelmatig te zijn verkracht tussen haar vijfde en drieëntwintigste jaar (tot enkele dagen voor haar bruiloft) en dat allemaal had verdrongen totdat ze zich enige jaren later, onder therapie, de verkrachtingen herinnert. 'Zelfs dat was, zou ik zeggen, niet onmogelijk', aldus dé door de academici uitgeroepen expert op het gebied van valse herinneringen.

Loftus laat zich overigens niet uit over de gevallen waarbij mensen zich spontaan seksueel misbruik zijn gaan herinneren zónder therapie. De sprong die ze maakt in haar research waar ze apart ingeplante valse herinneringen onderzoekt en ze dan vervolgens vergelijkt met lange perioden van verdrongen kindermishandeling en incest is niet gebaseerd op wetenschap.

Loftus heeft overigens geen verklaring waarom sommige proefpersonen vatbaar zijn voor valse herinneringen. Wanneer een bekende van de proefpersoon bijdraagt in de valse gebeurtenis, wordt het geloof erin versterkt. Zoals bijvoorbeeld Saul M. Kassin en zijn collega's hebben laten zien met hun onderzoek waarin ze de reacties van individuen onderzochten, die vals waren beschuldigd van het beschadigen van een computer door de verkeerde knop ingedrukt te hebben. In het begin ontkenden de onschuldige deelnemers de aanklacht, maar toen een medeplichtige zei dat ze hen de handeling had zien doen, tekenden veel deelnemers een bekentenis, dat ze zich schuldig maakten aan de handeling en babbelden voort over details die samengingen met dat geloof. Deze resultaten laten zien, hoe vals beschuldigend bewijs mensen ertoe beweegt zelf schuld te accepteren voor een misdaad die ze nooit begaan hebben en zelfs herinneringen ontwikkelen die hun schuldbesef ondersteunen.

Dit onderzoek toont aan hoe eenvoudig het manipuleren van volwassen onschuldigen is. De ironie is echter dat wanneer je het plaats in de context van een opvoeding, hetzelfde gebeurt maar dan met een veel sterker effect. Wanneer een kind wordt misbruikt zal het niet te horen krijgen dat zijn ouder slecht, kleinzielig en zwak is, maar het kind wordt ingeprent dat dit allemaal zijn schuld is (hand in hand met de religie en de pedagogie). Een ouder slaat zijn kind. Kind is on-schuldig en voelt terecht pijn en haat jegens de ouder. De ouder echter prent het kind in dat de klap is bedoeld voor zijn eigen bestwil, dat zijn ouders van hem houden en dat hij maar had moeten luisteren. Wanneer dit keer op keer gebeurt heeft dat natuur-lijk een groot effect op het opgroeiende kind. De natuurlijke reactie die hij in het begin voelde moet hij nu onderdrukken en hij krijgt een verknipt beeld van liefde met zich mee. Uiteraard is een klap niet het enige waarmee een mishandeld kind te maken heeft. Het gaat gepaard met straffen, liegen, manipulatie, verwaarlozing, vernedering, opsluiting, die allemaal moeten bijdragen aan het feit dat een kind nooit mag merken wat hem is aangedaan.

Als onderzoek heeft aangetoond dat het mogelijk is om valse herinneringen aan kindermishandeling te hebben, is het ook mogelijk om valse herinneringen te hebben aan een fijne kindertijd. Vooral het laatste aangezien de indoctrinatie daarvan veel intenser is dan het tegenovergestelde.

De titel 'Onwetendheid is Kracht' zou het goed doen op de kantoordeuren van Loftus en Van Koppen. Nu is het alleen nog wachten wanneer er een Ministerie van Waarheid komt.

© 1998 Dennis Rodie

Noot: Dr. West overleed in januari 1999.

Dit artikel in een iets andere versie verscheen in Kleintje Muurkrant nr.319, maart 1998