|
(pagina 1/6)
1
Plotseling voelde ik een vlaag van helderheid. Van onmetelijke logica en zelfverzekerdheid. Zelfs de complexiteit van het universum leek mij begrijpelijk. Het portier zwaaide open en de lucht van gebakken frites deed mij verlangen naar een geweldige vreetpartij. "Alles goed met je, Martin?" "Yeah man, verdomme die space cake zet goed aan man." Hans kwam naast me zitten. Ik wilde hem vertellen over de tot mij gekomen inwijding van het universele inzicht. Maar "de kosmos man, die is groot man", was het enige wat ik kon brabbelen. "Oehiii! Ik denk dat ik er teveel van gegeten heb." Mijn hoofd voelde licht hoewel de zwaartekracht leek te verdubbelen. "Ik zei toch dat je het rustig aan moest doen." Ik kreeg een grote bak frites stoofvlees overhandigd met twee van mijn favoriete Belgische satés. "Yeah, maar ik voelde helemaal niets en nam nog twee plakken. Shiiit man!" "Het duurt ongeveer twee uur voordat de trip begint." "Ik voel me zo klein, Hans. We zijn echt helemaal niets vergeleken met de kosmos man." Waarom zeg ik telkens man? Ik probeerde rechtop te gaan zitten maar mijn spieren voelden zich goed zo en hadden niet de minste wil om zich in te spannen. Ik begon de frites naar binnen te werken zonder dat ik er oogcontact mee had. "Oké, we gaan, voordat iemand jou ziet zitten." Hans had zijn frites in een recordtijd op, startte de wagen en reed langzaam van het parkeerterrein weg. "O... lijntje!" Dat was niet Hans' drang om cocaïne te scoren maar zijn regelmatig terugkerende blik op het andere geslacht. Bij voorkeur het pre-puberale type waar geen greintje vet aan zit. "Foxy lady!" "That ain't no fox, man! That's a bauwau!" "It's a fox, man!", lachte Hans. Hans en ik gingen er prat op dat we vaak dialogen uit films gebruikten. Al waren we de enigen die ze snapten. De Citroën CX zweefde over het asfalt. Ik hoopte dat Hans niet weer over de unieke vering van zijn geliefde wagen begon te ouwehoeren. De Belgische satés lagen nog steeds in een zak voor mij. De vreetkik was voorbij. Duistere boomtoppen in een inktzwarte lucht flitsten voorbij. Ik sloot mijn ogen.
|
|